De grootschalige renovatie van Hoofdstation Groningen behoort tot de grootste infrastructurele projecten van Noord-Nederland van de afgelopen jaren. Terwijl dagelijks duizenden reizigers gebruik bleven maken van het station, werd achter de schermen gewerkt aan nieuwe reizigerstunnels, technische ruimtes, fietsenstallingen en complete installatiesystemen. Een belangrijk onderdeel daarin was de technische isolatie van de installaties.
In opdracht van SPIE verzorgde Bendit Isolatietechniek BV. gedurende circa twee jaar omvangrijke isolatie- en brandwerende werkzaamheden aan het station. Directeur Eric Bats kijkt terug op een project waarin flexibiliteit, vakmanschap en samenwerking centraal stonden. “Het station bleef tijdens de verbouwing grotendeels operationeel. Dat maakt zo’n project technisch én logistiek behoorlijk uitdagend.”
Werken midden in een draaiend station
De renovatie van het Groningse hoofdstation omvat veel meer dan alleen de modernisering van het monumentale stationsgebouw. Rondom het station verrezen nieuwe voorzieningen, waaronder reizigerstunnels, technische ruimtes, een uitgebreid busstation en grote fietsenstallingen. “Eigenlijk werd er een compleet nieuw infrastructuurnetwerk gebouwd terwijl alles gewoon doorging”, vertelt Bats. “Reizigers liepen er tussendoor, treinen bleven rijden en tegelijkertijd werd overal gebouwd.” Voor Bendit betekende dit dat vrijwel alle technische installaties moesten worden voorzien van hoogwaardige isolatie. Het ging daarbij om meerdere kilometers leidingwerk voor cv-installaties, koelinstallaties, koudwaterleidingen, HWA-systemen, droge- en natte blusleidingen en diverse technische componenten. “Je werkt op zo’n project continu samen met andere disciplines”, zegt Bats. “Installateurs, elektrotechniek, sprinklerbouwers, aannemers; alles loopt door elkaar heen. Dan moet je goed kunnen schakelen.”
Breed pakket aan isolatietechnieken
Voor de thermische isolatie van verwarmings- en blusleidingen werd grotendeels gebruikgemaakt van Rockwool 810-schalen met verschillende diameters en uitvoeringen. Afhankelijk van de locatie werden deze afgewerkt met aluminium stuccobeplating, Isogenopak of aluminium tape. Daarnaast werden koel- en koudwaterleidingen dampdicht geïsoleerd met Armaflex AF-isolatieslangen. Daarbij werden alle naden zorgvuldig verlijmd met Armaflex 520-lijm om condensvorming en energieverlies te voorkomen. Volgens Bats zat juist in die diversiteit de complexiteit van het project. “Je hebt hier te maken met heel veel verschillende soorten installaties en ruimtes. In tunnels werk je anders dan in technische ruimtes of fietsenstallingen. Elke situatie vraagt om een andere aanpak.” Uit de projectdocumentatie blijkt de enorme omvang van het leidingwerk. Alleen al in de fietsenstalling werd honderden meters cv-, koel- en koudwaterleiding geïsoleerd in uiteenlopende diameters. Daarnaast werden tientallen appendages, bochten en technische aansluitingen verwerkt.


Bijzondere toepassing van Foamglas
Een opvallend onderdeel binnen het project waren de zogenoemde vetleidingen afkomstig uit de keukenvoorzieningen. Hiervoor werd gekozen voor een isolatiesysteem met voorgevormde Foamglas-schalen en bochtdelen. Dat materiaal wordt binnen de utiliteitsbouw minder vaak toegepast, maar bood hier belangrijke voordelen. “Deze leidingen lagen deels ondergronds en moesten drukvast worden uitgevoerd”, legt Bats uit. “Daar rijden straks bussen en ander verkeer overheen, dus dan moet je een zeer robuuste oplossing hebben.” De Foamglas-isolatie werd voorzien van een anti-abrasieve coating aan de binnenzijde en een fabrieksmatig aangebrachte siliconencoating aan de buitenzijde. Tijdens de montage werden alle naden zorgvuldig geseald met TEROSTAT, zodat een volledig waterdichte isolatie-omhulling ontstond. “Dat soort toepassingen doen we niet dagelijks”, vertelt Bats. “Maar juist dat maakt het werk mooi. Het vraagt net even andere kennis en nauwkeurigheid.”
Veel wijzigingen tijdens uitvoering
Hoewel vooraf uitgebreide calculaties en tekeningen beschikbaar waren, veranderde tijdens de uitvoering nog veel aan het project. Dat vroeg volgens Bats om een flexibele instelling van zowel de monteurs als de projectleiding. “Op papier klopt een project meestal perfect, maar in de praktijk verandert er continu iets”, zegt hij. “Leidingtracés worden aangepast, diameters wijzigen of er komen extra appendages bij. Daar moet je snel op kunnen inspelen.” Een groot deel van het werk werd daarom uiteindelijk op regiebasis uitgevoerd. Ook het benodigde plaatwerk werd grotendeels prefab voorbereid in de eigen werkplaats van Bendit. “Onze werkplaats heeft veel plaatwerk vooraf ingemeten en geproduceerd”, aldus Bats. “Daardoor konden we op locatie sneller schakelen.”
“Door de aangebrachte doorvoeringen bleef brandoverslag beperkt en konden installaties behouden blijven.”
Brand toont belang van brandwerende afdichtingen
Tijdens de renovatie brak in juli 2024 brand uit in een gebouwdeel bij het station. Hoewel de schade aanzienlijk was, bleven cruciale installaties grotendeels intact. Volgens Bats bewezen de brandwerende afdichtingen daarbij direct hun waarde. Bendit verzorgde binnen het project namelijk ook de brandwerende afdichting van leidingdoorvoeringen en kabelgoten. Hiervoor werd onder meer gebruikgemaakt van brandwerende systemen zoals PROMASTOP®-FB. “Toen die brand uitbrak, zagen we direct hoe belangrijk goed uitgevoerde brandpreventie is”, zegt Bats. “Door de aangebrachte doorvoeringen bleef brandoverslag beperkt en konden installaties behouden blijven.” Volgens hem wordt het belang van brandveiligheid binnen technische isolatie soms nog onderschat. “Mensen denken vaak alleen aan thermische isolatie, maar brandwerende afdichtingen zijn minstens zo belangrijk.”
Vast team op langdurig project
Een project van deze omvang vraagt volgens Bats niet alleen om techniek, maar vooral om ervaren vakmensen. “Daarom werken wij grotendeels met een vast team van monteurs op het station. Deze mensen kennen het project, kennen de omgeving en weten precies wat er speelt”, vertelt hij. “Dat werkt veel efficiënter dan steeds wisselende ploegen.” Tijdens piekperiodes werd het team uitgebreid, maar de kern bleef gedurende het hele project grotendeels hetzelfde. Volgens Bats is juist die betrokkenheid essentieel op langdurige projecten. “Onze monteurs hebben hier onder soms uitdagende omstandigheden fantastisch werk geleverd”, zegt hij. “Werken op een operationeel station, midden tussen andere disciplines en met een strakke planning, vraagt om flexibiliteit, nauwkeurigheid en doorzettingsvermogen.”

Van kleine klussen tot megaprojecten
Volgens Bats voert Bendit jaarlijks gemiddeld ruim 800 projecten uit. Dat varieert van kleine onderhoudswerkzaamheden tot omvangrijke meerjarige projecten zoals het Hoofdstation Groningen. Juist die afwisseling maakt het werk volgens hem interessant. “De ene week doe je een kleine technische ruimte, de volgende week loop je op een project van meerdere jaren. Dat houdt het vak mooi.” Hoewel het vernieuwde station inmiddels grotendeels in gebruik is genomen, lopen de werkzaamheden nog deels door. Diverse gebouwen rondom het station worden nog afgewerkt en ook daarvoor moet nog isolatiewerk worden uitgevoerd. “De officiële opening is al geweest, maar wij lopen nog steeds af en toe op het project”, zegt Bats. “Dat zijn de bekende laatste loodjes.”
Met de renovatie van het Groningse hoofdstation laat het project zien hoe belangrijk technische isolatie is binnen moderne infrastructuurprojecten. Niet alleen voor energiebesparing en condenspreventie, maar ook voor veiligheid, duurzaamheid en bedrijfscontinuïteit. Achter de zichtbare vernieuwing van het station schuilt daarmee een technisch hoogwaardig isolatieproject dat letterlijk de basis vormt van een toekomstbestendig vervoersknooppunt.
Tekst: Loet van Bergen Foto’s Bendit en Stefan Verkerk

