In Nederlandse utiliteitsgebouwen en het mkb blijft veel energiebesparing onbenut. Niet omdat de techniek ontbreekt, maar omdat thermische isolatie nog te vaak als sluitpost wordt behandeld. Volgens Berry Branten van Branten Isolatietechniek ligt de sleutel niet alleen in betere normen of dikkere isolatie, maar vooral in betere samenwerking. “Een installatie kan technisch perfect zijn ontworpen,” zegt hij, “maar als isolatie niet goed wordt meegenomen, verlies je alsnog rendement. Daarom moeten installateur en isoleerder vanaf het begin samen optrekken.”
Het begint bij het bestek – en bij overleg
Het grootste deel van Brantens opdrachten komt via installateurs. Zij ontvangen het ontwerp en het bestek van adviseur of architect en vragen vervolgens een prijsopgave aan bij de isoleerder. Dat lijkt een logische volgorde, maar in de praktijk ontstaan hier vaak de eerste knelpunten. Bestekken blijken regelmatig verouderd of onvolledig. Er staan materialen in die niet meer leverbaar zijn of isolatiediktes die niet aansluiten bij actuele eisen op het gebied van energie en brandveiligheid. Soms worden zelfs specifieke merknamen voorgeschreven, terwijl een bestek juist materiaalneutraal hoort te zijn.
Volgens Branten is dit hét moment waarop samenwerking waarde toevoegt. “Wij kijken niet alleen naar wat er staat, maar ook naar wat er nodig is. Als wij tijdens het calculeren zien dat iets niet klopt of beter kan, dan bellen we de installateur. Dan lopen we het samen door.” Dat overleg maakt het verschil tussen simpel uitvoeren en samen optimaliseren. De installateur kent het totale systeem; de isoleerder weet wat nodig is om warmteverlies, condensatie en veiligheidsrisico’s te voorkomen. Pas wanneer die kennis wordt gecombineerd, ontstaat een kloppend ontwerp.
ISSO 64 als gezamenlijke basis
Binnen de utiliteit en het mkb vormt ISSO 64 de belangrijkste richtlijn voor thermische isolatie. De publicatie bevat tabellen met aanbevolen isolatiediktes voor leidingen, kanalen en appendages, afgestemd op temperatuur en diameter dat gebaseerd is op de EN 12828, een norm die de eisen beschrijft voor het ontwerp, de installatie en de beveiliging van watergedragen verwarmingssystemen met een bedrijfstemperatuur tot circa 110 °C in gebouwen, met aandacht voor veiligheid, drukbeheersing en correcte dimensionering.

Branten merkt echter dat ISSO 64 nog niet standaard wordt toegepast. “In Nederland ontbreekt een harde verplichting. Daardoor zie je dat er soms wordt gekozen voor dunnere isolatie om kosten te besparen.” Juist hier is gezamenlijke verantwoordelijkheid cruciaal. Wanneer installateur en isoleerder samen besluiten om ISSO 64 als uitgangspunt te nemen, ontstaat er duidelijkheid. Dan wordt isolatie geen kostenpost die onder druk staat, maar een integraal onderdeel van het ontwerp.
“In landen als België en Duitsland zijn normen veel strikter ingebed. Daar is het vanzelfsprekend dat je volgens vaste richtlijnen werkt. In Nederland moeten we dat samen organiseren.”
Van calculatie naar uitvoering: samen op de bouw
Na akkoord op de offerte verschuift de samenwerking naar de bouwplaats. De planning wordt afgestemd met de chef-monteur van de installateur. Isolatiemonteurs starten meestal op aangeven van de installateur in vaak krappe technische ruimtes waar meerdere disciplines tegelijk actief zijn. Waarbij technische ruimten vaak als laatste worden geïsoleerd, niet als eerste.
“Op papier kan alles logisch lijken,” zegt Branten, “maar in de praktijk zie je pas of er voldoende ruimte is om goed te isoleren.” Leidingen die te dicht op elkaar zijn geplaatst of appendages die lastig bereikbaar zijn, maken correcte isolatie ingewikkeld.
Hier is onderlinge afstemming essentieel. Wanneer een leidingtracé nog kan worden aangepast vóórdat alles definitief is gemonteerd, voorkomt dat latere concessies in isolatiedikte of afwerking. De chef-monteur van het isolatiebedrijf fungeert daarbij als technisch aanspreekpunt en stemt dagelijks af met de uitvoerder van de installateur.

Goede samenwerking betekent ook wederzijds begrip voor planning en logistiek. Technische ruimtes zijn vaak druk bezet. Alleen door duidelijke communicatie voorkom je vertragingen en kwaliteitsverlies.
Appendages: het gezamenlijke aandachtspunt
Een van de meest onderschatte onderwerpen in de samenwerking is de isolatie van appendages zoals afsluiters, pompen en flenzen. Als deze niet expliciet in het bestek staan, worden ze vaak overgeslagen.“ Een appendage verliest in de regel net zoveel energie als 1 meter pijp,” benadrukt Branten. “Dat is zonde, zeker als je als installateur verder alles netjes hebt uitgevoerd.” Door appendage-isolatie standaard mee te nemen in ontwerp en offerte, ontstaat een compleet systeem. Demontabele isolatiekappen bieden hierbij een praktische oplossing: ze maken onderhoud mogelijk zonder energieverlies. Maar dat vraagt wel dat installateur en isoleerder hierover vooraf afspraken maken.

Toezicht en gedeelde verantwoordelijkheid
Omgevingsdiensten besteden steeds meer aandacht aan thermische isolatie bij controles in technische ruimten. Ze kijken naar isolatiediktes, de staat van de isolatie, brandveiligheid en condensatieproblemen. Die ontwikkeling onderstreept dat isolatie geen detail is, maar een volwaardig technisch onderdeel.
Volgens Branten ligt de verantwoordelijkheid nooit bij één partij. De adviseur stelt de eisen, de installateur vertaalt die naar het systeem en de isoleerder zorgt voor correcte uitvoering. Wanneer één schakel isolatie onvoldoende prioriteit geeft, raakt het hele resultaat uit balans.
Daarom pleit hij voor een structurele aanpak waarin:
- Installateur en isoleerder al in de ontwerpfase overleggen;
- ISSO 64 standaard als referentie wordt gebruikt;
- Appendages expliciet worden meegenomen;
- Bestekken kritisch worden beoordeeld op actualiteit;
- Planning en ruimte op de bouw gezamenlijk worden afgestemd.
Isolatie als gezamenlijke investering
De kern van Brantens boodschap is helder: isolatie is geen eindafwerking, maar een investering in prestatie en duurzaamheid. Wanneer installateur en isoleerder samenwerken als gelijkwaardige technische partners, ontstaat een installatie die energie-efficiënt, veilig en toekomstbestendig is.
“Wij zijn geen partij die alleen iets inpakt,” besluit hij. “Wij dragen bij aan het rendement van de installatie. Maar dat kunnen we alleen optimaal doen als we samen optrekken. Goede isolatie is teamwork.”
Tekst: Loet van Bergen Foto’s: Branten Isolatietechniek

