Chroom-6 blijft een van de meest hardnekkige veiligheidsvraagstukken in de industrie. Waar corrosie onder isolatie (CUI) al decennialang bekend is, groeit het besef dat ook de vorming van zeswaardig chroom onder thermische isolatiesystemen een structureel risico vormt. Vooral op roestvaststalen (RVS) installaties die langdurig worden blootgesteld aan temperaturen boven circa 250 tot 350°C kunnen chemische reacties optreden waarbij chroom in de passieve laag oxideert van Cr(III) naar Cr(VI). In aanwezigheid van calciumoxide uit isolatiematerialen ontstaat vervolgens calciumchromaat (CaCrO4): een geel, wateroplosbaar en carcinogeen zout.

Vocht speelt hierbij een versterkende rol. Condensatie in isolatie fungeert als elektrolyt, versnelt ionenmigratie en verhoogt de oxidatiesnelheid. Zelfs een relatief laag vochtpercentage kan de thermische prestaties van minerale wol drastisch verminderen, waardoor oppervlaktetemperaturen stijgen en de chemische reactie verder wordt aangejaagd. Het is een keten van factoren – temperatuur, calciumhoudend materiaal en vocht – die samen het risico bepalen.

Meten is weten: de rol van SEEF
Voordat beheersmaatregelen kunnen worden getroffen, moet duidelijk zijn of chroom-6 daadwerkelijk aanwezig is. Hier speelt laboratorium SEEF een cruciale rol. SEEF analyseert monsters van isolatiematerialen en oppervlakken op de aanwezigheid van Cr(VI), waarbij gebruik wordt gemaakt van gevalideerde analysemethoden die onderscheid maken tussen Cr(VI) en Cr(III).
De analyse begint doorgaans met een gerichte monstername van het gele stof of aangetaste isolatie. In het laboratorium wordt het monster geëxtraheerd en chemisch geanalyseerd, vaak via fotometrische of chromatografische technieken. Het onderscheid tussen Cr(VI) en Cr(III) is essentieel, omdat alleen Cr(VI) carcinogeen is en onder strikte regelgeving valt. Door deze objectieve metingen ontstaat een feitelijke basis voor besluitvorming: is er sprake van besmetting, hoe ernstig is die en welke maatregelen zijn noodzakelijk? Deze meetbenadering sluit aan bij het uitgangspunt dat risicobeheersing begint bij inzicht. Zonder betrouwbare data blijft elke interventie speculatief.

Theorie en praktijk samenbrengen – Insulcon
Tijdens het congres Chroom-6 onder isolatie werd duidelijk hoe verschillende partijen vanuit hun eigen expertise bijdragen aan een oplossing. Patrick Schiltz van Insulcon benadrukte dat het probleem chemisch voorspelbaar is zodra drie factoren samenkomen: hoge temperatuur, calciumhoudende isolatie en vocht. Insulcon opereert juist in het temperatuurbereik waarin deze reacties plaatsvinden en ziet het als haar verantwoordelijkheid om klanten te adviseren over materiaalkeuzes en risico’s. Volgens Schiltz is chroom-6-vorming geen incident maar een logisch gevolg van materiaaleigenschappen onder bepaalde omstandigheden. Door kennis te delen over thermochemische mechanismen en materiaalgedrag wil het bedrijf fungeren als brug tussen wetenschap en praktijk. De kern van zijn boodschap: wie de chemie begrijpt, kan gerichter sturen op preventie.

Calciumvrije isolatie als structurele doorbraak
Een fundamentele innovatie kwam van Marcus Sommer van Cleansulation® Technology. Zijn pleidooi was helder: zolang calciumoxide aanwezig is in isolatiemateriaal, blijft de vorming van calciumchromaat mogelijk, De oplossing ligt daarom in volledige eliminatie van calcium- en natriumoxiden uit het isolatiesysteem. Cleansulation® Technology ontwikkelde een silicaatachtig vezelmateriaal op basis van zogenoemde silken glass fiber, geproduceerd uit bergkristal. Dit materiaal bevat nul procent CaO en Na₂O en sluit daarmee de chemische route naar CaCrO₄ uit. Technisch gezien blijft het materiaal thermisch stabiel tot temperaturen boven 750 °C, vergelijkbaar met conventionele hoge-temperatuurwol. De vezelstructuur is lang en amorf, wat resulteert in een lage stofvorming en mechanische stabiliteit. Door het reactieve bestanddeel volledig uit het systeem te verwijderen, verschuift de aanpak van beheersen naar elimineren. Daarmee sluit deze innovatie aan bij de STOP-hiërarchie waarin substitutie de hoogste prioriteit heeft.
Tekst: Loet van Bergen Foto’s: Loet van Bergen

