In gesprek met Jörg Gigler over de ontwikkeling van de waterstofmarkt en de rol van technische isolatie.
Dr. Ir. Jörg Gigler (1967) werkt al ruim dertig jaar op het snijvlak van energie, innovatie en duurzaamheid. Na zijn studie landbouwtechniek in Wageningen promoveerde hij in 2000 en vervulde hij functies bij onderzoeksinstellingen, de overheid, Energy Valley en Gasunie. Sinds 2013 is hij verbonden aan Energy Innovation NL (tot voor kort: Topsector Energie); tegenwoordig is hij er programmadirecteur van het Team Industrie. Waterstof vormt al jaren een belangrijk onderdeel van zijn werk, onder meer binnen innovatieprogramma’s en het Nationaal Waterstof Programma. Voor Isolatie4all is hij daarom een interessante gesprekspartner: de ontwikkeling van waterstof brengt nieuwe installaties, leidingen en opslagsystemen met zich mee, waarin veilige en doelmatige technische isolatie een wezenlijke rol kan spelen.
De verwachtingen rond waterstof waren enkele jaren geleden bijzonder hoog. Waar staat de Nederlandse markt nu?
“We zijn van een heel grote belofte, waarbij waterstof bijna overal geschikt voor leek, naar een realistischer beeld gegaan. Waterstof moet vooral worden ingezet waar het de hoogste toegevoegde waarde heeft en waar duurzame alternatieven ontbreken. Denk aan hoge-temperatuurwarmte, grondstoffen voor de chemie en seizoensopslag bij een energiesysteem met veel zon en wind. Dat realisme is gezond. Waterstof is geen oplossing voor alles, maar blijft wel onmisbaar in een klimaatneutraal en circulair energie- en grondstoffensysteem.”
Hoe ontwikkelt de keten van productie, infrastructuur, opslag en gebruik zich?
“Je moet altijd naar de complete keten kijken. In Nederland zijn elektrolyseprojecten ontwikkeld in uiteenlopende groottes, van kleinschalige installaties bij industrie of mobiliteit tot projecten van honderden megawatts. Tegelijk wordt gewerkt aan een landelijk waterstofnetwerk dat de vijf industriële clusters, importlocaties, opslag en verbindingen met Duitsland moet koppelen. Aan de gebruikerskant zien we belangstelling vanuit raffinage, chemie, industrie en zwaar transport. De onderdelen bestaan dus, maar zij moeten op het juiste moment en in voldoende schaal bij elkaar komen.”
Welke obstakels remmen projecten momenteel het sterkst?
“Vier punten springen eruit. Hernieuwbare elektriciteit is duurder geworden en bepaalt een belangrijk deel van de prijs van groene waterstof. Daarnaast belemmert netcongestie zowel directe elektrificatie als de aansluiting van elektrolysers. Vergunningverlening duurt vaak lang, omdat waterstof voor veel lokale overheden nog nieuw is en kennis over risico’s en voorwaarden niet overal aanwezig is. Ten slotte moet elektrolysetechnologie zich in grootschalige projecten nog verder bewijzen op betrouwbaarheid, levensduur en onderhoud. Daar komt de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel nog als vijfde aandachtspunt bij.”
Kan groene waterstof uiteindelijk concurreren met waterstof uit aardgas?
“Op dit moment is groene waterstof nog relatief duur en daardoor moeilijk concurrerend met grijze waterstof. Subsidies zijn in deze vroege fase nodig om innovatieve projecten mogelijk te maken en ervaring op te bouwen. Op langere termijn kunnen meer wind- en zonne-energie, technologische innovatie, schaalvergroting en concurrentie de kostprijs verlagen. Het doel moet wel zijn dat de markt uiteindelijk zonder subsidie kan functioneren. Daarvoor is niet alleen goedkopere productie nodig, maar ook een voorspelbare vraag.”
In welke verwacht u als eerste een serieuze vraag?
“Raffinaderijen liggen voor de hand, omdat Europese verplichtingen hen vanaf 2030 dwingen een deel van hun fossiele waterstof te vervangen door hernieuwbare waterstof. Ook ammoniak- en kunstmestproductie zijn kansrijk. In mobiliteit gaat het vooral om zwaar transport, grondverzet en andere toepassingen waar emissieloos werken noodzakelijk is en batterij-elektrisch niet altijd past. Verder kan waterstof een rol krijgen bij hoge-temperatuurwarmte, bijvoorbeeld in de keramische en glasindustrie. Juist daar is directe elektrificatie niet altijd eenvoudig.”
“Vooral bij vloeibare waterstof is isolatie cruciaal.”
Wat vraagt waterstof van installateurs en andere technische disciplines?
“Waterstof is een systeemontwikkeling. Technologie alleen is niet genoeg: ook certificering, normering, vergunningen, veiligheid, onderhoud en communicatie met de omgeving moeten worden ontwikkeld. Dat geldt voor de hele keten, van productie en import tot infrastructuur, logistiek, opslag en eindgebruik. Waterstof wordt bovendien zichtbaarder buiten het hek van grote industrieterreinen, bijvoorbeeld via tankstations en zwaar vervoer. Daardoor krijgen meer gemeenten, monteurs, inspecteurs en toeleveranciers ermee te maken. Zij moeten weten hoe je veilig, verantwoord en kosteneffectief met het medium werkt.”
Waar ziet u binnen die keten een rol voor technische isolatie?
“Vooral bij vloeibare waterstof is isolatie cruciaal. Waterstof wordt vloeibaar bij ongeveer -253 °C. Bij cryogene leidingen, tanks en transportsystemen moet warmte-intrede zoveel mogelijk worden beperkt. Anders warmt het product op en ontstaat boil-off: een deel van de vloeibare waterstof verdampt en moet mogelijk worden afgevoerd. Daar gaat waardevolle waterstof verloren en ontstaan extra eisen voor veiligheid en installatieontwerp. De isolatiebranche kan met kennis van cryogene systemen, materiaalgedrag, detaillering en uitvoering dus een belangrijke bijdrage leveren aan betrouwbare waterstofketens.”
Wat doet Energy Innovation NL?
Energy Innovation NL is sinds 1 januari 2026 de naam van de voormalige Topsector Energie. De publiek-private organisatie stimuleert innovaties die nodig zijn voor een flexibel, weerbaar, rechtvaardig en duurzaam energiesysteem. Zij verbindt bedrijven, kennisinstellingen en overheden, helpt innovatieprogramma’s vorm te geven en ondersteunt de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie. Binnen het Team Industrie ligt de nadruk op de verduurzaming en circulariteit van de industrie. Elektrificatie, circulaire en duurzame koolstofketens, waterstof, en CO2-afvang en -opslag behoren tot de relevante thema’s.

Moeten isolatiebedrijven daarvoor eerder bij projecten worden betrokken?
“Dat zou logisch zijn. Bij een systeemverandering kun je disciplines niet pas aan het einde toevoegen. Producenten, ingenieursbureaus, leiding- en tankbouwers, materiaalproducenten, isolatiebedrijven, inspectiepartijen en opdrachtgevers moeten gezamenlijk bepalen welke prestaties en veiligheidsmarges nodig zijn. Ook onderhoud en inspecteerbaarheid horen al in het ontwerp thuis. Voor technische isolatiebedrijven ligt er een kans om praktijkkennis over montage, koudebruggen, vochtbeheersing, mechanische belasting en bereikbaarheid in te brengen. Zo voorkom je dat een technisch haalbaar ontwerp in de uitvoering of gebruiksfase problemen oplevert.”
Hoe kan de sector de benodigde kennis en ervaring opbouwen?
“Begin met het in kaart brengen van de waterstofketen en bepaal waar bestaande isolatiekennis volstaat en waar aanvullend onderzoek nodig is. Sluit vervolgens aan bij demonstratieprojecten, kennisprogramma’s en opleidingen. Juist praktijkproeven zijn waardevol: materialen en verbindingen moeten niet alleen op papier voldoen, maar ook bij zeer lage temperaturen, wisselende belasting en langdurig gebruik. Bedrijven kunnen medewerkers laten scholen in waterstofveiligheid en cryogene techniek en samen met kennisinstellingen cases ontwikkelen. Via onder meer Energy Innovation NL, RVO, GroenvermogenNL, het Nationaal Waterstof Programma, NLHydrogen en vakbeurzen zijn kennis en partners te vinden.”
Wat is uw boodschap aan technische isolatiebedrijven die de waterstofmarkt willen betreden?
“Wacht niet tot de markt volledig volwassen is, maar kijk gericht waar je eigen expertise waarde toevoegt. Waterstof ontwikkelt zich langzamer dan enkele jaren geleden werd verwacht, maar zal onderdeel blijven van de Nederlandse energie- en grondstoffenhuishouding. Nederland heeft daarvoor sterke industrieclusters, havens, infrastructuur, kennis en een groot potentieel voor windenergie op de Noordzee. De waterstofsector heeft specialistische bedrijven nodig die vanaf ontwerp tot onderhoud meedenken. Zoek daarom samenwerking, volg normen en projecten actief en bouw ervaring stapsgewijs op. Niet promotie, maar faciliteren en samen leren brengt de markt verder.”
Wegwijzer in het Nederlandse waterstoflandschap
- Nationaal Waterstof Programma (NWP): landelijk samenwerkingsprogramma voor de ontwikkeling en uitvoering van de Nederlandse waterstofketen en Routekaart Waterstof.
- Energy Innovation NL: verbindt innovatiebeleid, bedrijven en kennisinstellingen en ondersteunt programma’s en projecten voor de energietransitie.
- GroenvermogenNL: Nationaal Groeifondsprogramma voor onderzoek, innovatie, demonstratie, opschaling en human capital rond groene waterstof en groene chemie.
- NLHydrogen: branchevereniging die bedrijven in de waterstofketen vertegenwoordigt en marktontwikkeling en samenwerking bevordert.
- NWBA: de Nederlandse Waterstof & Brandstofcel Associatie; netwerk voor organisaties die werken aan waterstof- en brandstofceltechnologie.
- RVO: biedt informatie over beleid, subsidies, internationale kansen en projecten voor ondernemers en kennisorganisaties.
- HyNetworkServices: dochteronderneming van Gasunie die het landelijke waterstofnetwerk ontwikkelt en industrieclusters met import- en opslaglocaties verbindt.
- TNO en universiteiten/hogescholen: leveren onderzoek, testfaciliteiten, opleidingen en kennis over onder meer materialen, veiligheid, elektrolyse, opslag en systeemintegratie.
Tekst: Loet van Bergen Foto’s: Jörg Gigler

